In het midden van het bebost perceel wordt een kleine woonfabriek opgetrokken, letterlijk en figuurlijk. Het gevraagde bouwprogramma wordt vertaald in een eenvoudige tweelagige woning met een vierkante footprint. Het totaal volume blijft door het indrukken van parementdelen net onder de 1000 m3. In het interieur domineert vooral het kamerprincipe. Opvallende tegelpatronen in de leefruimtes verwijzen naar de oude burgerwoningen van weleer. Het is vooral de gevel van de woning die hier het verschil wil maken. In schril contrast met de omgeving waar de ene strakke schoendoos naast de andere terug te vinden is, kiest Barak voor in veldovensteen opgetrokken gevelmetselwerk. Vanuit de gulden snede ontstaat een beneden zone, uitgevoerd in steens metselwerk, en een bovenzone waarin verdiepte halfsteens metselwerk de gevel verder karakteriseert. De vormgeving van randen, de middenkolommen tussen de verdiepte zones en de dichtgemetselde ramen moeten de verwijzing naar het fabriekstype versterken.