Op het perceel stond een vervallen 18e-eeuwse hoeve waarin 2 woningen ondergebracht waren. Deze werden afgebroken en vervangen door een nieuwbouw met 2 gekoppelde woningen. Het project bestaat uit 3 volumes waarvan de afmetingen geïnspireerd zijn door het volume van de oude dwarsschuur. Door de schikking van de nieuwe volumes ontstaat een omarming van een deel van de tuin door 4 gelijkaardige lage volumes met een hellend dak. Dit resulteert in een configuratie die gelijkenissen vertoont met de typologie van de vierkantshoeve, waarbij een centraal ‘erf‘ omsloten wordt door vertrekken aan de 4 zijden. De 2 meest oostelijk gelegen volumes (=huizen) vormen de grootste woning met huisnummer 3A. Deze woning bestaat uit een daghuis, waar de leefruimtes ondergebracht zijn, en een nachthuis, met de slaapkamers, een speelkamer en de badkamers.
Een derde, meer westelijk gelegen volume bevat de woning met huisnummer 3 en is opgebouwd volgens dezelfde inrichtingsprincipes als de woning 3A, zij het in één enkel hoofdvolume.
Deze eerste 3 volumes zijn met elkaar verbonden door de inkomzones van beide woningen. Deze inkom-volumes zijn lager en hebben een plat dak zodat de individuele karakter van de schuur-vormige basisvolumes niet wordt aangetast.
Het vierde volume is de bestaande dwarsschuur (meest noordelijk volume). Deze zal waar nodig hersteld worden en wordt gebruikt als bijgebouw bij de woning 3A. Door de positionering van deze volumes ontstaat niet alleen een centraal binnen-gebied met een bijzonder privaat karakter, maar eveneens een vanzelfsprekende scheiding tussen de tuinen en de gebruiksgrenzen van beide woningen. Alle gebouwen zijn opgetrokken in een rode veldovensteen. Ook de dakpannen hebben dezelfde rode tint zodat het project in zijn geheel een coherent en monolithische karakter krijgt.